Dylan kort #12

Een allegaartje van Dylan-zijdelings, zoals een Dylan kort misschien wel moet zijn. Het voegt allemaal niks toe aan het luisterplezier of de Dylanologie, maar aangenaam is het wel.

National Album Day valt dit jaar op 17 oktober. Althans in het Verenigd Koninkrijk. Geen idee of er een Nederlands equivalent is van deze dag waarop het album in het zonnetje staat. Het thema dit jaar is icons. Voor deze feestdag worden een aantal klassiekers opnieuw op vinyl uitgebracht, waaronder Bob Dylans Desire, geperst op groen vinyl.

The 1976 Live Recordings is inmiddels ook op Dylans officiële website aangekondigd, dat zal voor de meesten geen nieuws meer zijn. Is het je al opgevallen dat er wat geklooi lijkt te zijn met de hoes van de nieuwe boxset? Het gaat om Dylans broek. Zo staat de hoes twee keer op de officiële website, één keer met wat rare zwarte vlekken die er overduidelijk niet horen te zitten:



en één keer een hoes waarop die zwarte vlekken door die ene stagiaire met een certificaat snelcursus Paint-voor beginners op zak zijn weggewerkt door Dylans broeks egaal bruin te lakken:


Het is nog een lange weg tot 6 november.

De punkband Generation X bracht in 1978 de song Ready Steady Go uit. Het derde couplet van dat nummer gaat zo:

Well, I was in love with The Beatles, hooo

I was in love with The Stones, no satisfaction

I was in love with Bobby Dylan

Because I'm in love with rock and ro-oh-oh-oh-oll

Wie nieuwsgierig is geworden naar hoe die song klinkt, kan dat hier beluisteren.

Voor de verzamelaar van boeken met Bob Dylan op de cover, twee titels:

1. Aanstaande donderdag verschijnt Deep Into The Sixties; Britain 1965 - 66 van David Kynaston met een bekende Dylan-foto op de cover, zie hier.

2. Ik ga er van uit dat een ieder hier bekend is met de iconische, door Peter Blake en Jann Haworth ontworpen hoes van The Beatles' Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band en dat tussen al die bekende en minder bekende personen op die hoes Bob Dylan te vinden is.

De cover van het tijdschrift Ugly Things #19 (zomer 2001) heeft een cover die knipoogt naar de Pepper-hoes & ook op deze knipoog-Pepper is Bob Dylan te vinden (al moet je wel even goed zoeken...):


In de vorige Dylan Kort schreef ik over het verzameld werk van J.M.H. Berckmans. Inmiddels ben ik nogmaals Dylan in dit boek tegengekomen (en aangezien ik inmiddels dik over de 600 bladzijden heb gelezen, maar nog niet op de helft van dat boek ben, zou het me niet verbazen wanneer... etc.)

Blz. 610: Vervolgens Bob Dylan, Rosemary & The Jack Of Hearts. Desolation Row. 

Ik geef toe, een weinig opmerkelijk stukje. Tenzij je even terugleest wat ik in de vorige Dylan kort schreef. 

Tsja.

Maak er een mooie, Dylanrijke week van!

Bob Dylan & The Rolling Thunder Revue; The 1976 Live Recordings

Bob Dylan & The Rolling Thunder Revue; The 1976 Live Recordings verschijnt op 6 november. De voorbestellingen lijken goed te verlopen, enkele Engelse webwinkels geven aan al uitverkocht te zijn. Naast de 39 cd's tellende boxset komt er ook een 3 elpees tellende release met daarop opnamen van het concert in Fort Worth op 16 mei 1976. Een opname van Going, Going, Gone van het concert in Fort Worth is als lekkermaker op YouTube te beluisteren. Dat kan hier. [Er zijn twee versies, muziek is hetzelfde, beeld verschilt iets.]

Op Bob Dylans website is op het moment van schrijven nog geen aankondiging van deze '76-releases, maar wel op de website van Sony Music.

Afgaande op wat ik tot op heden online heb kunnen vinden, zal de 39 cd's tellende boxset zo'n €150,- gaan kosten, voor de 3 elpees tellende release moet je zo'n €50,- neertellen.

De verwachting is dat eind van dit kalenderjaar de in de boxset ontbrekende opnamen van de rehearsals voor Rolling Thunder Revue '76 als download beschikbaar zullen komen om die manier ook de copyrights voor deze opnamen veilig te stellen.

Nu nog een geremasterde versie van de film Hard Rain & Sony / Dylan & co. hebben zich hun 1976-verplichtingen rond ;-)

Tegelijk met het verschijnen van The 1976 Live Recordings verschijnen er 6 albums opnieuw op vinyl: Self Portrait, Dylan, Bob Dylan At Budokan, Empire Burlesque, Knocked Out Loaded en Bob Dylan's Greatest Hits vol. 3.


Dylan kort #11

The Rolling Thunder Revue: The 1976 Live Recordings: De aankondiging waarvan iedereen wist dat 'ie eraan zat te komen verscheen gisteren [12/09] op de website van Sony Music om vervolgens snel weer te verdwijnen: Later dit jaar verschijnt de 39 cd's tellende boxset The Rolling Thunder Revue: The 1976 Live Recordings met alle bewaard gebleven opnamen van het tweede deel van Bob Dylan Rolling Thunder Revue. Voor een volledig overzicht van wat de boxset allemaal te bieden zal hebben, zie hier. Dat is er eentje om naar uit te kijken. Releasedatum in november?? De daadwerkelijke aankondiging op Bob Dylans website [aankomende week??] zal meer informatie bieden, maar dat die box er komt, is nu wel duidelijk. [met dank aan Rob]

3 maal Dylan zijdelings:

1. Shakespeare, he's in the alley: Milton Glaser - de graphic designer in de Dylanwereld vooral bekend als de ontwerper van de poster die in 1967 zat bij Bob Dylan's Greatest Hits - ontwierp begin jaren zestig de boekcovers voor een aantal Shakespeare-uitgaven in de serie The Signet Classic Shakespeare. De cover van Shakespeare's The Tempest toont opmerkelijke overeenkomsten met de later door Glaser ontworpen Dylanposter. [met dank aan de persoon, wiens naam ik ben vergeten, die een bericht over die overeenkomst plaatste in de Facebookgroep Vintage Paperback Books. Ik heb nog nooit zó snel een Shakespeare online gekocht...] Dat het om uitgerekend The Tempest gaat, is voer voor de samenzwering-liefhebbende Dylanologen.

2. Polonaise voor het voetvolk: Van de Vlaamse schrijver J.M.H. Berckmans [1953 - 2008] had ik tot voor kort nog nooit van gehoord. Aankondigingen van het verzameld werk van en verhalen over de man waar ik op stuitte, wekten mijn nieuwsgierigheid en dus kocht ik onlangs de stoeptegel Barackstad; J.M.H. Berckmans Gebundeld. Ik ben nog niet halverwege het 1352 pagina's [!] tellende werk, maar wat ik tot op heden las, maakte indruk. 

In een van de verhalen in Barackstad komt een aantal malen Dylans When The Ship Comes In in de versie van The Hollies voorbij, maar veel interessanter is het begin van het verhaal Polonaise voor het voetvolk. Ik citeer de eerste vier regels:

Geef jou het voetvolk maar

zij die ansichtkaarten verkopen van de executie

zij die de identiteitskaarten indigo schilderen

zij die hartje zomer de hooiwagens in de fik steken

Het moge duidelijk zijn dat Berckmans voor de tweede en derde regel leentjebuur heeft gespeeld bij Bob Dylans Desolation Row. Dat roept de vraag op of Big Jim en de dunne man in het verhaal Een beetje voorbij het huis van Elsschot door Berckmans geleend zijn uit achtereenvolgens Lily, Rosemary And The Jack Of Hearts en Ballad Of A Thin Man.

3. The Muffs: in 1995 bracht de The Muffs het album Blonder And Blonder uit. Aardig [stevig] album, maar of die albumtitel ook een verwijzing is naar Bob Dylans Blonde On Blonde is verder niet uit de hoes of de muziek op te maken. 

Het mysterie You Wanna Ramble: Het openingsnummer van Bob Dylans album Knocked Out Loaded zorgt voor een klein mysterie. Derek Barker in zijn uitstekende boek The Songs He Didn't Write; Bob Dylan Under The Influence over You Wanna Ramble:

I have to say that I am confused by the author credits to this song. The credits on Dylan's Knocked Out Loaded album are quite clear - You Wanna Ramble is credited to Herman Parker Jr,, MAC Music Ltd. The lyrics to the song also appear on bobdylan.com but are not included in the official Bob Dylan lyrics book Bob Dylan Lyrics 1962 - 2001.

Quite why Dylan credits Parker with the song is something of a mystery to me. The only similarity between Parker's song, entitled I Wanna Ramble, as released by Little Junior Parker & His Orchestra (Duke 137, 1955), and Dylan's song appear to be the repeated lyric "You wanna ramble /To the break of dawn".

An sich een helder verhaal van Barker: Dylan leende twee regels uit Parkers I Wanna Ramble voor zijn eigen You Wanna Ramble. Waarom dan alleen een credit voor Parker? Zie daar, het mysterie.

Wat vreemd is, is dat Barker het heeft over Little Junior Parker & His Orchestra. I Wanna Ramble verscheen in Amerika voor het eerst in 1955, discogs vermeldt twee 7" en drie 10" uitgaven van I Wanna Ramble. Vier van die vijf uitgaven geven als uitvoerend artiest op het label Little Junior Parker en op een regel daaronder The Blue Flames. Eén 10"-versie heeft het, net als Barker, over een Orchestra, maar niet His Orchestra, zoals Barker, maar Blue Flames Orch. 

Veel interessanter dan de naam van de band is dat het Engelse reissue-label Ace Records in 1982 en nogmaals in 1984 de elpee I Wanna Ramble van Little Junior Parker And The Blue Flames uitbracht. Het lijkt mij niet ondenkbaar dat deze elpee gezien het moment van verschijnen niet lang voor de opnamesessies voor Knocked Out Loaded Dylans bron was voor zijn You Wanna Ramble. 

Dat het overgrote deel van de tekst van Dylans You Wanna Ramble geen enkele overeenkomst heeft met Parkers I Wanna Ramble, heeft Barker helemaal gelijk in, maar wat de onlangs op de kop getikte Ace-uitgave van Parkers muziek mij duidelijk maakte, is dat Dylan niet alleen de regels You wanna ramble /To the break of dawn vond bij Parker, maar ook de muziek. Het is jammer dat Barker niet meldt dat de muziek van Parkers I Wanna Ramble en Dylans You Wanna Ramble nagenoeg hetzelfde zijn. Dat verklaard al iets meer de credit voor Parker op Knocked Out Loaded.

Is het mogelijk dat Bob Dylan met een vage herinnering aan Parkers I Wanna Ramble in de studio begon met het opnemen van You Wanna Ramble, ontdekte dat hij muziek en refrein nog prima wist, maar de coupletten ter plekke invulde? 

"Love And Theft" slot

Dit is het laatste van drie artikelen n.a.v. 25 jaar "Love And Theft". Voor de twee eerste delen, zie hier en hier.

Tussen "Love And Theft" en opvolger Modern Times werden twee kinderen geboren. Eerst een zoon en later een dochter. Inmiddels zijn ze beiden geen kinderen meer. Ze staan op het punt in hun leven dat ze zweven tussen studeren en werken. Ze noemen mij nu oud en wijzen op mijn grijze haren. Ze hebben geen ongelijk. Ik ben inmiddels oud, al ben ik nog niet zo oud als Bob Dylan toen hij "Love And Theft" uitbracht.

Was er niet een persconferentie in Rome aan dat album gekoppeld? Eén Nederlandse journalist, Jan Vollaard, was daar bij en Bob Dylan verscheen op de cover van VARA TV Magazine. Ergens op zolder zal een exemplaar liggen.

En dan is er nog dat concert. In mijn hoofd is het hèt "Love And Theft"-concert, al speelde Bob Dylan slechts vier nummers van dat album. Het laatste concert op Nederlandse bodem voor hij achter het toetsenbord van de piano verdween. Zoonlief was nog niet geboren, maar schopte wel van zich af, voelbaar voor wie een hand op zijn moeders buik legde. In de aanloop naar dat concert zette ik "Love And Theft" op een cassette, huiswerk voor twee medeconcertgangers waarvan de één nog nooit iets van Dylan had gehoord en de ander na Street-Legal was afgehaakt. Voor het concert - zo biechtten ze op - hadden ze de tape nauwelijks gedraaid, maar na het concert bijna iedere dag, zeker een maand lang.

Waarom heeft het zo lang geduurd voor ik de schoonheid van Mississippi hoorde? Geen idee. Later hoorde ik het wel, niet lang daarna speelde Dylan het speciaal voor mij, althans zo voelde het. Maar dat was een ander concert. Een andere tijd, toen de "Love And Theft"-jaren al weer waren samengeklonterd met gewone tijd.

In de "Love And Theft"-jaren was er nooit een nu ingesloten tussen wat was en nog gaat komen. In de "Love And Theft"-jaren was er alleen maar een heden. En eigenlijk is dat nog zo. Als "Love And Theft" draait, is het altijd nu.

Waarom moest John Bauldie dood gaan voor hij "Love And Theft" kon horen? Niet dat ik Bauldie kende, maar hij had het geweldig gevonden, dat album. Hoe ik dat weet? Geen idee, sommige dingen weet je gewoon. 

Is de kracht van "Love And Theft" de liefde of de diefstal? De liefde van Bob Dylan voor de muziek uit zijn jeugd vermengen met frasen, zinsneden opgepikt van de radio, de bioscoop en in de bibliotheek - de diefstal -, dat is "Love And Theft". Kan ik stellen dat het Dylans meest persoonlijke album is? Misschien niet zozeer door wat hij zegt, maar doordat het album is gedrenkt in de songs, films en boeken die hem om wat voor reden dan ook bezighouden. Ik kan het stellen: "Love And Theft" is Bob Dylans meest persoonlijke album. Het is een inkijkje in zijn kop. 

En toch: net wanneer je denkt de man te herkennen in wat je hoort, vervliegt de ontdekking. Want 'ik' is nooit Dylan. Je est un autre, zei Arthur Rimbaud al. En zo is het ook.

Misschien is Bob Dylan in "Love And Theft" juist wel verder weg dan ooit omdàt hij zoveel van zichzelf erin gestopt heeft. Hiding in plain sight, verstopt achter wat iedereen denkt te zien.

Ik weet het niet. "Love And Theft" resoneert 25 jaar in mijn oren, ik ken iedere noot, iedere stembuiging, iedere klank van dat album. En toch, nog steeds is "Love And Theft" Dylans nieuwe album, misschien wel zijn beste album ooit. Of in ieder geval zijn beste sinds.... vul zelf maar in.

"Love And Theft" deel 2

Onderstaande is een vervolg op het stuk "Love And Theft" van een paar dagen geleden.


Oktober 2001, "Love And Theft" is een maand eerder verschenen. Op internet vind ik een lijst met 35 titels van boeken en songs die Bob Dylan inspireerde bij het schrijven van de songs voor "Love And Theft". Shakespeare, John Donne, Nick Cave, Ernest Hemingway, Robert Johnson en Lewis Carroll, ze staan er allemaal op. Veel van de op de lijst genoemde song-  en boektitels worden door Dylan genoemd in de "Love And Theft"-teksten, zoals A Streetcar Named Desire van Tennessee Williams in Tweedle Dee & Tweedle Dum en Hopped Up Mustang van Bill Romberger en Arlen Sanders in High Water [For Charley Patton]. [De regel It got eight carburetors and it uses them all uit deze song van Romberger en Sanders vond een plek in een andere "Love And Theft"-song, namelijk Summer Days.]

Starend naar die lijst met de ogen van 25 jaar later valt niet alleen op dat er nog veel ontbreekt, maar ook dat de lijst zich concentreert op 'liefde en diefstal' van woorden, niet op de door Bob Dylan geleende muziek. Ik denk hierbij aan de song Uncle John's Bongos van Johnny & Jack die Dylan de blue print leverde voor Tweedle Dee & Tweedle Dum. Blijkbaar was in oktober 2001 - in tegenstelling tot wat ik me herinner - nog niet bekend dat er een directe lijn loopt van deze Johnny & Jack-song naar de opener van "Love And Theft".

Sommige ontdekkingen hebben blijkbaar wat meer tijd nodig, zoals de overeenkomst tussen Uncle John's Bongos en Tweedle Dee & Tweedle Dum. Of de reden waarom "Love And Theft" begint met een fade in - een langzaam opdraaien van het volume. Ik heb mij lang afgevraagd waarom Bob Dylan ervoor heeft gekozen om "Love And Theft" zo te beginnen, tot ik me realiseerde dat dat langzaam op sterkte komen het geluid is van een net ingeschakelde buizenradio. Dat is het apparaat waarop Bob Dylan in zijn jonge jaren naar muziek luisterde. "Love And Theft" - het eerste deel van die titel zegt het al - is vooral ook sentiment, het herbeleven van de eigen jeugd door een [bijna] zestiger.

Wat niet veel tijd nodig had was het ontdekken hoe goed ik "Love And Theft" vond [en vind]. Dat wist ik vrij snel na aanschaf van het album. Mijn 2001-zelf was een arrogant mannetje dat wild om zich heen kon slaan wanneer anderen een andere mening dan de mijne waren toegedaan. Zo moest bijvoorbeeld Trouw-recensent Stan Rijven het ontgelden. Een dag nadat zijn recensie in de krant verscheen, kroop ik in de pen om een en ander 'even recht te zetten'. Niet mijn finest hour, maar volledigheidshalve neem ik de ingezonden brief in z'n geheel over:

De recensie van Stan Rijven van Bob Dylans "Love And Theft" [Trouw 13/09/2001] behoeft mijns inziens enkele aanvullingen en verbeteringen.

Stan Rijven begint zijn recensie met: "Om maar met de deur in huis te vallen: het enige memorabele aan Bob Dylans nieuwste album is de release-datum. Uitgerekend op de dag dat Amerika in brand staat verschijnt 'Love And Theft'." Beste Stan Rijven, wat hebben de verschrikkingen in Amerika te maken met het nieuwe Dylan album? Ik kan en wil het maar niet inzien. Jouw taak als recensent lijkt mij het recenseren van een album en niet het schrijven over de verschrikkingen in Amerika, daarvoor zijn andere kolommen in Trouw gereserveerd.

Het album is overigens niet wereldwijd op 11 september verschenen, in sommige delen van de wereld was het album al een dag eerder te verkrijgen. [Het enige memorabele aan Bob Dylans nieuwste album is d release-datum. Uitgerekend één dag voor Amerika in brand staat verschijnt "Love And Theft".]

Rijven citeert een regel ["What is good for you is good for me"] uit Tweedle Dee & Tweedle Dum om aan te tonen dat "Love And Theft", tekstueel gezien, een volslagen zwaktebod is van "een zestiger die ooit het zingende geweten van Amerika was." Ik vind het nogal makkelijk om één [1!] wat zwakkere regel eruit te lichten om aan te tonen dat "Love And Theft", tekstueel gezien, een volslagen [!] zwaktebod is. Het is niet moeilijk om van hetzelfde album een dozijn sterke regels te citeren of uit het werk van ieder willekeurig gekozen dichter een dozijn zwakke regels te lichten. Daarnaast snijdt Rijven zichzelf in de vingers met de woorden "ooit het zingende geweten van Amerika". Ten eerste: sinds wanneer is een 'entertainer' verplicht om te voldoen aan een opgelegde reputatie? En ten tweede: wat is het nut van het beoordelen van een recent album naar aanleiding van een reputatie die de maker van het album ooit had?

Rijven: "'Love And Theft', Dylans 38ste plaat, maakt desondanks zijn titel waar." [Hoe ik ook tel, ik kom niet op 38 albums uit, maar dit terzijde] "Bob betuigt zijn 'liefde' voor de Amerikaanse songtraditie in een los-zand-reeks vol sentimentele country, rock, blues en jazz." Hier kan ik me nog redelijk in vinden, maar dan: "De 'diefstal' schuilt in het clichématig plunderen van eigen oeuvre." Wat een onzin! Waarschijnlijk is dit ook de reden dat Stan Rijven geen voorbeelden geeft van dit zogenaamde plunderen van eigen oeuvre. Waar schuilt de diefstal dan wel in? Dylan steelt van de 'oude' muziek, zowel muzikaal als tekstueel, en uit de literatuur. Iets wat hij overigens op al zijn albums heeft gedaan. Enkele voorbeelden aangaande de teksten: "a streetcar named Desire" [uit Tweedle Dee & Tweedle Dum. De titel van deze song is overigens óók gejat [Lewis Carroll - Through The Looking Glass, hoofdstuk 4]], "the cuckoo is a pretty bird, she warbles as she flies" [uit de folksong The Cuckoo Bird] en "I believe I'll dust my broom" [titel van en tekst uit een song o.a. opgenomen door Robert Johnson] [beide uit High Water [For Charlie Patton]], om over de Shakespeare-verwijzingen in Po' Boy maar te zwijgen.

Rijven: "Ook de lobby die Dylan voor de Nobelprijs heeft voorgedragen zal zich verbaasd achter de oren krabben." Ik ben het eens met Stan Rijven dat "Love And Theft" nou niet het album is, hoe sterk het album ook is, dat de Nobelprijs verdient [NB anno 2026 denk ik daar anders over, TW], maar "Love And Theft" is wel een aanvulling op een oeuvre dat in zijn geheel, dus inclusief "Love And Theft", de Nobelprijs verdient.

Ik vind het nogal triest dat 'het gilde der recensenten' er een gewoonte van gemaakt heeft om in de bespreking van boeken en cd's geheel niet ter zake doende feiten op te voeren [de gebeurtenissen in Amerika] en / of fouten in de feiten te maken [38ste plaat]. Stan Rijven is overigens geen uitzondering. In de laatste vijf jaar heb ik tientallen artikelen over Bob Dylan in tijdschriften en dagbladen gelezen die allemaal [!] één of meerdere fouten bevatten. Ik heb het over simpele, makkelijk te controleren feiten, niet over meningen of smaak. Niemand hoeft mijn bewondering voor het werk van Bob Dylan te delen. Het enige dat ik verwacht is een eerlijke, foutloze recensie zonder toespelingen op geheel niet ter zake doende gebeurtenissen.

Tot slot dit: ik heb veel commentaar\op de recensie die Stan Rijven heeft geschreven over "Love And Theft", maar Stan Rijven maakt het niet zo bont als sommige van zijn collega's, dan denk ik vooral aan Sjoerd de Jong [NRC Handelsblad] die er haast een sport van heeft gemaakt om fouten te maken in zijn berichtgeving over Dylan. Ik blijf het echter onacceptabel vinden dat Rijven refereert aan de gebeurtenissen in Amerika in een recensie van een cd.

Bovenstaand stuk werd niet in Trouw geplaatst. Ook ontving ik geen enkele reactie van de krant. Achteraf kan ik de redactie van Trouw alleen maar gelijk geven. Ik was een arrogant mannetje vol van zijn onvoorwaardelijke bewondering voor Bob Dylans "Love And Theft".

Dylan kort #10

Herfstlicht: Bob Dylans tournee door Europa en Verenigd Koninkrijk heeft de naam Lights Of Autumn Tour gekregen. Is dit - vrij logisch - een verwijzing naar de tijd van het jaar waarin Dylan door Europa en Verenigd Koninkrijk trekt of verwijst deze tourtitel - ook logisch - naar de levensfase waarin Bob Dylan zich bevindt? 

Of... 

De laatst gebruikte tourtitel was immers een verwijzing naar een album.... 

Zou het? 

Nee, nee, nee... niet zo denken. Wekt waarschijnlijk onterecht verwachtingen... 

Wel een goede albumtitel, Lights Of Autumn... Dat wel...

Stop! Nee! Gaat niet gebeuren. 

Toch?

Reagan: De film Reagan [2024] waarin Bob Dylans versie van de Cole Porter song Don't Fence Me In is te horen, is nu te zien op Netflix. De Dylan-song komt pas aan het eind van de film voorbij, wanneer de acteurs plaats hebben gemaakt voor de archiefbeelden en de eerste credits voorbij rollen. 

The Fugs: Een recalcitrante band met onder andere Ed Sanders en Tuli Kupferberg in de gelederen, wie kent ze niet? Menig Dylan-liefhebber zal de vijf cd's tellende boxset The Best Of Broadside 1962 - 1988 in de kast hebben staan vanwege de enkele opnamen van een jonge Bob Dylan. Op diezelfde box vind je ook de song Kill For Peace van The Fugs. Nu is er Fugs Film! en afgaande op de trailer komt Bob Dylan daarin [kort]  voorbij. [trailer]




"Love And Theft"

3 september 2026, over een week is het 25 jaar geleden dat "Love And Theft" verscheen. Ik kocht het album een dag later dat het in Nederland uitkwam, in de war als ik was met de Amerikaanse releasedatum. Daar kwam de plaat pas de 11de uit.

25 jaar, fuck, ik word oud.

25 jaar geleden stonden we op het punt de sleutel te krijgen van het huis waar we nu wonen. Het huis waar onze kinderen werden geboren, de kinderen die nu op het punt staan op eigen benen verder te gaan. 

Ik herinner me in de week voor het verschijnen van "Love And Theft" dagelijks songs van dat album op de radio te hebben gehoord. Radio 2 had een of andere deal met Columbia gesloten waardoor ze dat konden doen. Ik hoorde die songs op de autoradio onderweg van huis naar werk en vice versa. Ik zie mezelf nog over een binnendoorweggetje rijden, ergens tussen de landerijen terwijl Moonlight uit de autoradio komt.

Ik moet meer gehoord hebben in de aanloop naar 11 september, maar kan me alleen Sugar Baby herinneren en misschien Summer Days.

Om het geheugen op te frissen blader ik door aantekeningen die ik in de eerste anderhalve week van september 2001 maakte, maar tot mijn stomme verbazing staat daarin niks over de "Love And Theft"-songs op de autoradio. Hoe kan het dat ik me herinner die aantekeningen gemaakt te hebben en dat ze er nu, 25 jaar later, niet blijken te zijn?

Het enige dat ik in mijn oude aantekenboek vond is een manke krabbel van 4 september 2001, meer niet. Ik lees:

Nog één week, de hele dag in mijn kop, nog één week. Liefde en Diefstal, wat valt er te verwachten? Het donkere van Time Out Of Mind? Een 'opvolger' zoals bijvoorbeeld Under The Red Sky  was na Oh Mercy?

Tijdens het lezen knijp ik mijn billen samen en sla het aantekenboek weer snel dicht. Wat is dit slecht en niet alleen omdat de tijd heeft geleerd dat het anders in elkaar steekt dan ik toen veronderstelde. Mijn jonge ik was geen schrijver, gelukkig zijn we 25 jaar verder en heb ik iets bijgeleerd.

Geen bruikbare aantekeningen van mijn hand uit de week dat "Love And Theft" verscheen dus. Ik moet het doen met mijn herinnering. 

Wat ik mij herinner is dat "Love And Theft" klonk als een frisse wind naar het bedompte Time Out Of Mind. Het klonk alsof Bob Dylan de ramen van de studio wijd open had gezet zodat de muziekgeschiedenis naar binnen kon waaien tijdens het opnemen van "Love And Theft".

Ik herinner mij hoe Tweedle Dee And Tweedle Dum er voor zorgde dat ik de Alice-boeken van Lewis Carroll ging lezen. Ik herinner mij de donderslag die High Water was. Ik herinner mij hoe Sugar Baby mij gelijk deed denken aan Dock Boggs die ook een song getiteld Sugar Baby had. 

Ik herinner mij Summer Days en de glimlach die het iedere draaibeurt weer op mijn gezicht toverde.

Ik herinner me "Love And Theft" vooral als een optimistisch klinkende plaat waarin ik kon verdwijnen om de wereld buiten even te vergeten. Ik heb de buitenwereld in die dagen veel vergeten. 

Er is in mijn ruim veertig jaar muziek luisteren geen album geweest dat ik na aanschaf zo frequent draaide als "Love And Theft". Het was haast alsof de plaat een bladzijde omsloeg en daarmee een nieuwe begin creëerde. Een nieuw begin met op de eerste bladzijde dat album, niks ervoor, geen verleden meer. Wat daarna nog kwam vulde als vanzelf de bladzijden erna.

Dylan kort #9

Famous For My Dinner Parties is niet een tijdschrift dat ik normaal zou doorbladeren om aanschaf te overwegen, maar aangezien mijn dochter mij wees op de Dylanverwijzing in de artikeltitel The Diets Are A-Changing in issue 4 ging ik toch overstag. In het artikel over de eetgewoontes van hippies komt onze goede vriend Dylan ook nog even kort voorbij: Hippie culture was folklore of the industrial age, with superstar Bob Dylan as its early bard who famously went electric, and the movement's revered peace symbol originally designed as a logo. Tsja, zo kun je er ook naar kijken...

Of zo'n citaat reden genoeg is om Famous For My Dinner Parties aan te schaffen voor de Dylan-liefhebber? Alleen voor malloten als ondergetekende, lijkt mij.

Spectrum is een comicbook geschreven door Rick Quinn en getekend door Dave Chisholm. Het verhaal zit vol (verwijzingen naar) muziek, maar is wat aan de wazige kant, als ik eerlijk ben. De tekeningen van Chisholm zijn echter schitterend. 

Bob Dylan - of zijn muziek - speelt geen enkele rol in Spectrum, ware het niet op dat ergens in een verdomhoekje op een pagina vol gezichten van bekende en minder bekende musici Bob Dylan toch opduikt. De hoes van Blonde On Blonde was de inspiratie voor Chisholms Dylan-portretje, afgaande op kapsel en sjaal. 

Een uitgebreidere (en steeds verder uitdijende) lijst Dylan-verwijzingen in boeken vind je achter het tabblad BD in boek.