Dylan kort #7
aantekening #9
Wanneer je lang genoeg met Bob Dylan in je hoofd hebt gelopen, zie je hem overal opduiken, zoals in de cover van een Italiaanse vertaling van Jack Kerouacs Mexico City Blues. Oké, Bob Dylan is niet op die cover te vinden, maar mijn kop-vol-Dylan legt wel connecties met zowel het boek als de cover van dat boek & dat is vreemd aangezien boek & cover van deze Italiaanse editie van deze dichtbundel niks me elkaar te maken hebben.
In 1959 publiceerde Jack Kerouac [1922 - 1969] zijn dichtbundel Mexico City Blues & hoewel Kerouac de hippies verfoeide, wordt hij vaak gezien als een voorloper, een godfather zo je wilt, van diezelfde hippies.
Op de voorzijde van de in 1979 verschenen Italiaanse versie van Kerouacs Mexico City Blues staat een afbeelding in psychedelische tinten van Peter Fonda rijdend op een Harley Davidson. De afbeelding is een bewerking van een still uit de film Easy Rider uit 1969. Wikipedia over die film:
Het was de eerste film afkomstig uit de protestcultuur van de hippie-beweging, en daarmee de eerste film die inging op deze jeugdcultuur.
Wat doet een still uit dè Hippie-film op de cover van een boek van anti-hippie Jack Kerouac? De twee - Jack Kerouac & Peter Fonda / Easy Rider - lijken haast met elkaar te vloeken & toch werkt het - althans in mijn kop.
Maar goed, deze blog draait niet om Jack Kerouac of hippie-films, maar om Bob Dylan. En nu komt het aardige: er is een makkelijk lijntje te trekken van zowel Kerouacs Mexico City Blues als Peter Fonda / Easy Rider naar Bob Dylan:
Eerst maar het lijntje van Kerouacs Mexico City Blues. Ik kan het allemaal opnieuw verwoorden, maar ik heb het allemaal eerder opgeschreven in mijn boek Dylan & de Beats [2018]:
In de film Renaldo And Clara is te zien hoe Bob Dylan en Allen Ginsberg het graf van Jack Kerouac bezoeken. Bij dit graf maken ze muziek en lezen ze uit Kerouacs Mexico City Blues.
Allen Ginsberg in zijn inleiding bij het boek Pomes All Sizes van Jack Kerouac: “His [Kerouac] influence is worldwide, not only in spirit, with beat planetary Youth Culture, but poetic, technical. It woke Bob Dylan to world minstrelry: ‘How do you know Kerouac’s poetry?’ I asked Mr. Dylan after we improvised songs and read Mexico City Blues choruses over Kerouac’s gravestone 1976 [sic] Lowell’s Edison Cemetery, cameras on us walking side by side under high trees and shifting clouds as we disappeared down distant aisles of gravestones. Dylan’s answer: Somebody handed me Mexico City Blues in St. Paul in 1959 and it blew my mind. He said it was the first poetry that spoke his own language.”
En elders in datzelfde boek:
Om het belang van Mexico City Blues voor Bob Dylan te onderstrepen is in No Direction Home [2005], de documentaire over Bob Dylan van Martin Scorsese, een geluidsopname van “228th Chorus” uit Mexico City Blues te horen. In aflevering 87 van zijn radioshow Theme Time Radio Hour – uitgezonden op 14 januari 2009 - draaide Bob Dylan een opname van Jack Kerouac die “104th Chorus” (“I’d Rather Be Thin Than Famous”) voorleest. Ook hierin kan een onderstreping van het belang van het boek Mexico City Blues voor Bob Dylan gezien worden.
Tot slot - voor nu - is er de opvallende overeenkomst tussen Kerouacs 113th Chorus uit Mexico City Blues en Dylans Subterranean Homesick Blues.
Kerouac:
Got up and dressed up
and went out & got laid
Then died and got buried
in a coffin in the grave,
Man
Dylan:
Ah get born, keep warm
Short pants, romance, learn to dance
Get dressed, get blessed
Try to be a success
Please her, please him, buy gifts
Don’t steal, don’t lift
Twenty years of schoolin’
And they put you on the day shift
Tot zover het lijntje van Kerouacs Mexico City Blues naar Bob Dylan. Nu dat andere lijntje, van Peter Fonda naar Dylan:
Peter Fonda - niet alleen acteur in Easy Rider, maar ook - samen met Dennis Hopper & Terry Southern - scriptschrijver, benaderde Bob Dylan met het verzoek om diens It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding) in de film te mogen gebruiken. Daarnaast hoopte Fonda Dylan te kunnen overhalen om een nieuwe song voor de film te schrijven.
Bob Dylan weigerde It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding) af te staan voor de film. Voor de gevraagde nieuwe song voor Easy Rider krabbelde hij de regelsThe river flows
It flows to the sea
Wherever that river goes
That's where I want to be
op een servetje, gaf dit aan Fonda met de opdracht om dit aan Roger McGuinn [van The Byrds] te geven zodat deze de song kon afmaken. Onder de titel The Ballad Of Easy Rider nam McGuinn de song op voor de soundtrack van Easy Rider.
Een paar maanden later nam Roger McGuinn nogmaals de song op, dit keer niet solo, maar met zijn band The Byrds voor het album Ballad Of Easy Rider. De liner notes voor dat album werden geschreven door Peter Fonda, een fragment:
so take what you need
you think will last
and mcguinn did
and so did the rest of us
i quess
for the highway is for gamblers
and i don't care
where they may go
as long as mcguinn keeps doing it
De oplettende lezer ziet gelijk dat er een aantal regels uit Bob Dylans It's All Over Now, Baby Blue in deze liner notes verstopt zitten. Niet zo vreemd overigens, naast de deels door Dylan geschreven titeltrack bevat het album Ballad Of Easy Rider een cover van Dylans It's All Over Now, Baby Blue.
Zie daar een driehoek met op de hoeken Mexico City Blues, Bob Dylan & Easy Rider, of zo je wilt een lijn met intervallen van steeds 10 jaar waarbij aan het eind weer teruggegaan kan worden naar het begin & Bob Dylan tussen de nerven van die lijn is gekropen, als de lijm die het geheel in mijn kop bij elkaar houdt.
Mexico City Blues [1959] ---> Easy Rider [1969] ---> Mexico City Blues Italiaanse versie [1979]
Europese tournee
Bob Dylan en band komen naar Europa voor een reeks concerten. De tournee begint met een concert in Oslo, Noorwegen op 17 oktober en eindigt begin december met vijf concerten in Royal Festival Hall in Londen, Engeland. Tussendoor geven Dylan en band concerten in onder andere Duitsland, België en Italië.
Een rondje langs online nieuwsdiensten leert dat Bob Dylan Nederland 'overslaat' [voorbeeld, voorbeeld 2]. Je zou uit deze berichten kunnen concluderen dat het Bob Dylan is die er voor heeft gekozen niet in Nederland op te treden. De vraag is of die conclusie klopt. Een aantal jaar geleden liet een van de Mojo-directeuren doorschemeren dat hij vond dat Dylan wel genoeg concerten in Nederland had gegeven, dat iedere twee jaar een Dylan-concert in Nederland wat te veel van het goede is, dat het niet ondenkbaar zou zijn dat Mojo de mogelijkheid om Dylan te laten optreden in Nederland nu en dan aan zich voorbij zou laten gaan. Aangezien Dylan afgelopen november nog in Nederland was voor twee concerten, zou het mij niet verbazen wanneer Mojo dit keer een rondje Dylan overslaat. Dat gevoel - want meer is het niet - wordt nog eens versterkt door het feit dat het voor Dylan logisch zou zijn om dit najaar wel in Nederland op te treden: een of meerdere concerten in bijvoorbeeld Amsterdam past prima in een tourschema waarin ook België en Duitsland worden aangedaan.
De Nederlandse Dylanliefhebber zal dus moeten uitwijken naar een van onze buurlanden wanneer hij / zij een Dylan-concert wil bijwonen dit najaar. Het tourschema is te vinden op Dylans website [tourschema]. Daar vind je ook informatie over de start van de voorverkoop van toegangskaarten.
aantekening #8
De anarchistische groep The Diggers - vooral bekend geworden door het voeden van hongerige hippies in Hight Ashbury, San Francisco in de 2de helft van de jaren zestig - liet begin oktober 1966 een pamflet circuleren met de tekst:
To show love is to fail. To love to fail is the Ideology of Failure. Show Love. Do your thing. Do it for FREE. Do it for Love. We can't fail. And Mr. Jones will never know what's happening here.
Het moge duidelijk zijn dat de schrijver van deze tekst goed heeft geluisterd naar Bob Dylans Ballad Of A Thin Man van het ruim een jaar eerder verschenen album Highway 61 Revisited:
Because something is happening here
But you don't know what it is
Do you, Mister Jones? [bron]
Ik vraag mij af of Digger Emmett Grogan de tekst van het boven genoemde pamflet heeft geschreven. Dat zou de cirkel mooi rond maken.
In 1972 publiceerde Grogan zijn autobiografie Ringolevio. In dit boek vond Bob Dylan inspiratie voor een paar regels voor zijn song Joey van het album Desire [1976]. Het gaat om de regels:
"What time is it?" said the judge to Joey when they met
"Five to ten," said Joey. The judge says, "That's exactly what you get" [bron]
Emmett Grogan overleed op 6 april 1978. Half juni van dat jaar verscheen het album Street-Legal van Bob Dylan. Op de achterzijde van de hoes van dat album staat rechtsonder: "In Memoriam Emmett Grogan".
~ * ~ * ~
De tekst van het Diggers-pamflet heb ik overgenomen uit het boek A Long Strange Trip van Dennis McNally
Fab, who plays the guitar? Uhmmmm, Jad Tariq??
Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik ben - met de komst van weer een andere gitarist in Dylans band - zo langzamerhand de draad enigszins kwijt. Daarom maar even het een en ander op een rijtje.
Bob Britt en Doug Lancio waren de gitaristen in Dylans tourband van 2 november 2021 tot en met 14 juni 2026. Vanaf het concert van 17 juni in Santa Barbara maakte Doug Lancio niet langer deel uit van Bob Dylans tourband. Hij werd vervangen door Julian Lage.
Het gitaarduo Bob Britt + Julian Lage speelde slechts zeven concerten samen in Dylans band, waarna Bob Britt vertrok naar huis en Julian Lage zich afmeldde vanwege verplichtingen elders. Het duo werd vervangen door één nieuwe gitarist: Joel Paterson.
Na een aantal concerten met alleen Joel Paterson op gitaar voegde Julian Lage zich weer - voor even - bij de band.
Tijdens het concert in Cincinnati gisteravond moest Lage weer afhaken door verplichten elders [lees: North Sea Jazz Festival] om vervangen te worden door Jad Tariq.
Een rondje op Jad Tariqs bandcamp-pagina leert dat Tariq een Rhythm & Blues-gitarist is die zich laat inspireren door de muziek uit de jaren '40 & '50, helemaal in Dylans straatje lijkt mij. [bandcamp]
Overzicht van de gitaristen in Dylans band tijdens de huidige tournee:
4 juni t/m 14 juni: Bob Britt & Doug Lancio
17 juni t/m 26 juni: Bob Britt & Julian Lage
29 juni t/m 4 juli: Joel Paterson
6 juli & 8 juli: Joel Paterson & Julian Lage
10 juli t/m ??: Joel Paterson & Jad Tariq
Newport Folk Festival
Ook zonder nieuwe Dylan-beelden lijkt Newport & The Great Folk Dream mij overigens, afgaande op de trailer, zeer de moeite van het bekijken waard. Die trailer kan op de website van de film of op YouTube bekeken worden.
Waar kunnen we dit gaan zien? In de bioscoop? Via streaming? Een dvd? Ik heb werkelijk nog geen idee.
De website vind je hier.
Wanneer draaide jij voor het laatst Blonde On Blonde?
Gisteren, vrijdag 3 juli, plopte in mijn mailbox een schrijven van Sony Music / bobdylan.com waarin onder de kop Celebrating 60 Years of Blonde On Blonde in een paar zinnen de loftrompet voor Dylans eerste dubbelalbum wordt geblazen. Wat in die mailing opvalt, is dat Sony Music / bobdylan.com de lang vastgehouden, maar foutieve releasedatum 16 mei 1966 heeft losgelaten. Immers, het verjaardagsfeestje wordt pas begin juli onder de aandacht gebracht. Verder is het weinigzeggend wat de persafdeling in de mailing heeft gestopt.
Dat Blonde On Blonde een meesterwerk is, hoef ik je niet te vertellen. Dat weet je al. Dat het bijna onmogelijk is geworden om daar anders over te denken, zal je ook weten. Die bagage drukt al enkele decennia op de schouders van het album. Vreemd hoe het kan gaan in de wereld van de classic albums.
Ikzelf ben jonger dan Blonde On Blonde. Gekscherend zeg ik wel eens dat mijn ouders op de dag dat Blonde On Blonde verscheen voor het eerst een afspraakje hadden, ze gingen naar Amsterdam, hadden geen oog voor de platenzaken, maar alleen voor elkaar, zoals dat hoort op een eerste date.
Blonde On Blonde kwam in mijn leven ergens begin jaren '90. Hoewel ik al wel het een en ander van Dylan gehoord had, moest ik nog veel ontdekken. In een platenzaak in Zutphen, eentje waar ik nooit eerder was geweest & die bij een volgend bezoek aan de Hanzestad ook al weer verdwenen was, vond ik in de bakken de lang gezochte cd Blonde On Blonde. Op dat punt in mijn jonge Dylan-leven had ik genoeg over de schoonheid van Blonde On Blonde gelezen, dat ik - nu ik dat album eindelijk had gevonden - niet kon wachten om 't te horen & dus luisterde ik naar Blonde On Blonde in die platenzaak nadat ik had afgerekend. Dat ik de luisterhoek daarvoor bezet mocht houden, kwam mede doordat ik gedurende mijn tijd in de zaak de enige klant was [niet voor niks was de winkel een paar maanden later al weer verdwenen.]
Ik zie mezelf nog zitten, nog geen twintig jaar oud. Het muziekbudget van die maand net uitgegeven aan Blonde On Blonde, grote koptelefoon op mijn oren, alleen in die zaak. Wie denkt dat ik nu ga schrijven dat Blonde On Blonde een verpletterende indruk op mij maakte, moet ik teleurstellen. Ik vond er geen reet aan. Oké, I Want You vond ik wel leuk, maar dat had ik thuis al op een Greatest Hits, net als Just Like A Woman overigens. Waarom had ik in godsnaam ongehoord Blonde On Blonde gekocht? Ik was een sukkel, een nitwit, een... Even overwoog ik de winkeleigenaar te vragen de reeds afgerekende cd om te mogen ruilen voor een andere titel, maar voor wat dan?
Ik nam mijn verlies & fietste met hangend hoofd de bijna 20 kilometer naar huis. Bij thuiskomst verdween Blonde On Blonde in de kast, uit het zicht.
Ik weet niet meer wat de trigger is geweest, maar na een tijdje moet ik die cd weer eens uit de kast opgediept hebben om nogmaals te luisteren, en nog eens en nog eens. Net zo lang tot er iets klikte. En toen het klikte, begon het obsessief luisteren.
Ik weet niet hoe dat luisteren bij jou eruit ziet, maar bij mij ging dat in fases. De inmiddels door mij doorlopen fases van het luisteren naar Blonde On Blonde in min of meer chronologische volgorde:
1. Het luisteren naar de hits: I Want You, Just Like A Woman, Rainy Day Women #12 & 35, later aangevuld met One Of Us Must Know;
2. Het luisteren naar het gehele album in één lange, ononderbroken sessie;
3. De focus op de 'grote' songs, zoals Visions Of Johanna, Sad-Eyed Lady Of The Lowlands en Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again;
4. Het merken dat Blonde On Blonde een aantal ijzersterke songs heeft die iedereen over het hoofd lijkt te zien, zoals Pledging My Time, 4th Time Around en Temporary Like Achilles;
5. Het afwisselend draaien van een mono- en een stereopersing om in de verschillen tussen die twee het album weer als nieuw te kunnen horen;
6. Idem, maar dan met verschillende persingen uit verschillende landen;
7. Idem, maar dan met verschillende heruitgaven, remasters etc. etc.
8. Idem, maar dan met verschillende formaten waarop Blonde On Blonde is uitgebracht: elpee, cd, cassette, minidisc;
9. De songs op Blonde On Blonde vergelijken met studio-outtakes.
Momenteel zit ik in luisterfase 10, een verlenging [of vernauwing] van fase 9: het tegen het dwangmatige aan bezig zijn met één opname van de Blonde On Blonde-sessies. Dat kan een song van het album zijn, maar ook een outtake. Op het moment van schrijven is dat Pledging My Time [take 1, alternate take] zoals die te vinden is op The Cutting Edge. Deze Pledging is het enige van Blonde On Blonde dat ik in de afgelopen anderhalve week beluisterd heb.
En ook deze fase zal als vanzelf overgaan in weer een andere fase van de Blonde On Blonde-obsessie. Want ondanks de wat moeilijke start, kan ik wel zeggen dat ik 'iets' heb met het jarige Blonde On Blonde. En hoewel dat 'iets' zich niet [meer] vertaalt in het dagelijks luisteren naar dit meesterwerk, ben ik wel ergens op iedere dag minstens een momentje bezig met Blonde On Blonde.
aantekening #7: Het vinden van het moNUment; Austin, Texas 29 juni 2026
Een band van vier - inclusief Dylan - met slechts één gitarist stond maandagavond op het podium in Austin, Texas. Er is ruimte in de muziek, ruimte voor Dylan om z'n stemgymnastiek over het publiek uit te strooien. Want als het opgewaaide stof rond de gitaristenwisselingen is neergedaald, is het eerste dat opvalt tijdens het beluisteren van deze opnamen hoe ongehoord goed Dylan bij stem is. De stem speelt met de tekst zoals een kat met een muis kan spelen. Jagen, vertragen, drie keer ronddraaien en nogmaals kijken of aantikken. Die stem gaat omhoog, omlaag, versnelt en vertraagt net zo lang tot de woorden voor die avond perfect uit de strot komen om de song vanaf de grond opnieuw op te bouwen tot een toren, een monument van het moment. Een moNUment, zo je wilt.
De tweede song op de setlist - Man In The Long Black Coat - is al groots, maar Dylan-de-zanger komt tijdens It Ain't Me, Babe - song #3 - pas echt los. En laat ik eerlijk zijn: It Ain't Me, Babe is een song waar ik wel ietwat op uitgekeken was, te vaak gehoord, denk ik. Maar in Austin, Texas, aan het eind van juni '26 weet Dylan met zijn stem, met het kauwen van zijn woorden die oude song een nieuw leven in te blazen & is het haast of ik It Ain't Me, Babe voor het eerst hoor.
Is dat niet de voornaamste reden om concertopnamen na te jagen: oude songs weer horen glanzen alsof ze net uit het plastic zijn gehaald?
When I Paint My Masterpiece heeft een likje van Man Gave Names To All The Animals meegekregen, zo lijkt het op eerste gehoor. Masterpiece is een ander voorbeeld van het herontdekken van een oude song door de jas waarin de song zit gegoten te vervangen door een nieuwe & frisse jas. Ander kleurtje, ander geurtje & de song kan weer een tijdje mee. Zoiets.
En dan natuurlijk die covers. Is het gek om te stellen dat de Charlie Rich-song I'll Make It All Up To You in dit Dylan-jasje prima zou passen op een van de mans albums uit de 21ste eeuw? Op Modern Times misschien, of Rough And Rowdy Ways. Een aantal jaren terug vond Dylan zijn zangstem terug of opnieuw uit met dank aan drie albums vol met met Frank Sinatra geassocieerde songs. Covers zijn belangrijk voor Dylan-de-zanger, dat is goed te horen tijdens I Can Tell en vooral Share Your Love With Me.
Dylans pianospel is een stuk spaarzamer geworden dan het een aantal jaren geleden was. Niet alleen zit het instrument wat dieper in de mix, maar het tegendraadse pianospel van een paar jaar geleden lijkt meer plaats te hebben gemaakt voor een begeleidende rol voor het instrument.
Zo'n beetje alle songs in midtempo, misschien mag ik het niet zo stellen of aannemen, maar het lijkt er op dat de wilde songs allemaal thuis zijn gelaten om de 85-jarige Dylan de kans te geven om zijn zangkwaliteiten tentoon te spreiden in een tempo dat hij nog kan behappen. Kijkend naar het geheel ademt het concert wat van de nachtclub-fibes van de Shadow Kingdom-film.
Het ietwat jazzy Soon After Midnight is een andere uitschieter. Het is muzikaal niet eens zo heel ver van de Tempest-versie van deze song en toch, net even meer relaxt, wat opener. Om direct daarna de schoonheid van het 'niemendalletje' Under The Red Sky voor het voetlicht te brengen. Ik heb een zwak voor de song [en het gelijknamige album], misschien dat ik er daarom ook dit keer weer zo aan blijf kleven. Zoals eerder op de avond de Trying To Get To Heaven niet de beste Trying To Get To Heaven is, is deze Red Sky niet de beste Red Sky, maar dat hoeft ook niet. Beide songs zijn deze avond, goed, erg goed zelfs. Deze versies, deze uitvoeringen passen in dit geheel, in dit concert op deze avond. Ze horen voor nu bij deze band, bij dit moment en dat is waar het om draait. Hetzelfde kan gezegd worden van Crossing The Rubicon of False Prophet, in vergelijking met de overbekende versies van Rough And Rowdy Ways hebben de songs ietwat bite verloren, maar dat is oké. Het past in het grotere geheel van het concert. Want laat ik eerlijk zijn, een goed concert is altijd meer dan een verzameling losse songs & Dylans concert in Austin van afgelopen maandag verdient zeker het label 'een goed concert'.
De swing van Goodbye Jimmy Reed is in mijn oren een perfecte herontdekking van de nog niet eens zo oude song. Mooi om te horen hoe het spel van Joel Paterson gemaakt lijkt te zijn voor deze swing. Let ook even op het spel van bassist Tony Garnier tijdens Jimmy Reed. De man draait al 37 jaar mee in Dylans tourband, hij is zo'n vaste waarde geworden, dat je bijna zou vergeten hoe essentieel hij voor het geheel is. Niet alleen is zijn spel soepel, goed, het bandgeluid vullend, ook is het een onmisbare link tussen Bob Dylan en bandleden. We kunnen denk ik rustig stellen dat naast kapitein Dylan, Garnier de eerste stuurman staat.
Is Every Grain Of Sand een goede concertafsluiter?
In mijn oren is de demo-versie van Sand - te vinden op een van de Bootleg Series - onovertroffen, maar het is goed dat Dylan tegenwoordig de song zo vaak probeert nieuw leven in te blazen. Het spaarzame geluid van de band vanavond past goed bij deze song-van-een-twijfelaar. Want dat is Every Grain Of Sand in mijn oren, een song van een man die durft te twijfelen aan wat eerder vast leek te staan. Het publiek na zo'n song naar huis sturen moet er voor zorgen dat ze terug blijven komen op andere avonden in de toekomst. Ik weet niet of de song dat waar kan maken.
Every Grain Of Sand is heden een betere afsluiting dan toen Dylans setlists hier en daar nog door de geluidsbarrière denderde met ronkende versies van Like A Rolling Stone, All Along The Watchtower, Country Pie of Summer Days. Het hele concert ademt de sfeer van ingetogenheid, van contemplatie, daar past Every Grain Of Sand zeker bij, maar of het ook de ideale afsluiter is, heb ik nog mijn twijfels over.
Van de zestien gespeelde songs stamt alleen It Ain't Me, Babe uit de jaren zestig & die song is voor dit concert dusdanig op de schop gegaan dat we eerder van een nieuwe song dan van een sixties-favoriet kunnen spreken. Dat geldt ook voor de twee songs uit de jaren zeventig: When I Paint My Masterpiece en Watching The River Flow.
Het is overduidelijk dat Bob Dylan op zijn 85ste nog steeds een dikke middelvinger opsteekt naar de nostalgiezoekers. Hoewel hij inmiddels ruim meer tijd achter dan voor zich heeft liggen, kijkt hij nog steeds niet achterom. De blik is niet op consolideren, maar op creëren gericht. De man kijkt nog steeds voor zich uit, altijd op zoek naar anders, naar nieuw, naar het inblazen van nieuw leven in oude songs, al dan niet zelf geschreven. Terugkijken kan altijd nog, maar nu nog niet, daar is hij nog lang niet oud genoeg voor.
TW - 02 juli '26





