Jochen Markhorst - Bob Dylans Rough And Rowdy Ways kant C

Veelschrijver Jochen Markhorst is in de laatste jaren uitgegroeid tot de meest lezenswaardige Dylanschrijver van het hele Dylanschrijverskorps. Veruit. Zijn kracht ligt in het vinden van verbanden tussen de besproken Dylansongs en een keur aan songs, films, boeken, etc. Verbanden die menigeen over het hoofd ziet, maar die er wel degelijk zijn.

Disney's Jungle Book, Harry Mulisch, Ive Cube, James Dean & Grateful Dead, ze komen allemaal voorbij - en nog veel meer - in Markhorsts unieke kijk op Key West (Philosopher Pirate), de laatste besproken song in dit boek. En het snijdt allemaal hout.

Ruim 260 bladzijden om drie songs - Mother Of Muses, Crossing The Rubicon & het eerder genoemde Key West - tot op het naadje te beschrijven, als lezer val je van het ene aha-moment in het andere, maar bovenal: Markhorst weet zijn lezers terug te sturen naar de platenkast. Wie Markhorst leest, gaat naar Bob Dylan luisteren met nieuwe oren.

Het knappe van dit boek is dat Markhorst welleswaar drie losse songs bespreekt, maar daarbij niet het grotere geheel van het album Rough And Rowdy Ways vergeet. 

Lees Bob Dylans Rough And Rowdy Ways kant C van Jochen Markhorst. 

Correctie: lees alles van Markhorst. Nu.


De boeken van Jochen Markhorst zijn, vaak in meerdere talen, via amazon te koop.

Dylan kort #8

Jochen Markhorst heeft een derde deel  gepubliceerd van zijn serie boeken over Rough And Rowdy Ways. In Rough And Rowdy Ways Kant C behandelt Markthorst in ruim 250 pagina's de songs Mother Of Muses, Crossing The Rubicon en Key West (Philosopher Pirate). Hoewel ik het boek nog niet gelezen heb, kan ik - afgaande op eerdere boeken van Markhorst - ook deze weer van harte aanbevelen.

Herman Düne: Het begon met het album Ya Ya van David-Ivar Herman Düne dat ik op de gok kocht op een vlooienmarkt, een album dat bij eerste beluistering al een verpletterende indruk maakte. Wie David-Ivar Herman Düne op discogs opzoekt, ziet niet alleen dat de man een van de Herman Düne-broers is die speelt in de band Herman Düne, maar ook een opvallende profielfoto: de man gezeten in kleermakerszit achter een laptop, aan de muur achter hem hangen de hoezen van Bob Dylans Blood On The Tracks en New Morning. Dit heb ik eerder gemeld op een van de oude blogs. Het verhaal gaat echter verder.

Het door Les Inrockuptibles uitgegeven cd'tje Bob Dylan Revisited uit 2007 bevat Heart Of Mine in de versie van Herman Düne. Ik moet dat cd'tje ergens hebben, maar kan 'm zo een, twee, drie niet vinden. Ik weet niet meer wat ik van die cover vond bij eerdere beluistering, mijzelf kennende was ik kritisch. Online kan ik de cover ook niet vinden, al lees ik daar wel dat Herman Düne Heart Of Mine regelmatig tijdens concerten speelt. De songkeuze - niet het geijkte werk - levert in ieder geval punten op.

Vervolgens is er de hoes van The Portable Herman Düne vol. 1 die lijkt te knipogen naar de hoes van Dylans The Times They Are A-Changin'. Of de muziek op dit album ook knipoogt naar Times, durf ik nog niet te zeggen, ik heb het album namelijk nog niet gehoord.

Wat ik wel gehoord heb, is het album Notes From Vinegar Hill met daarop de song Ballad Of Herman Dune (High On Rye & Lost At Sea). De tekst van deze song begint zo:

The old Main Street is fumes and vapes / I’ve been driving Downtown with the Basement Tapes

Dylans Basement Tapes, naar ik aanneem. Luister hier.

Ik verwacht, naarmate ik meer & meer in  het oeuvre van [David Ivar] Herman Düne duik, meer Dylan tegen te komen.


Het slechtste? Het beste? Zeg het maar!

In de twee delen The World's Worst Records van Darryl W. Bullock komt Bob Dylan een aantal malen zijdelings voorbij & in deel twee krijgt Dylan zelfs een eigen hoofdstuk, vijf pagina's waarin Bullock uit de doeken doet welke Dylan-releases volgens hem behoren tot het afvalputje van de muziek. De keuze is subjectief - zo schrijft Bullock ergens in deze boeken - wat logisch lijkt, maar is die keuze wel zo subjectief?

Om te begrijpen waar mijn twijfels over die subjectiviteit vandaan komen, is het misschien aardig om bij wijze van experiment nu te stoppen met lezen, pen en papier te pakken en een lijstje te maken met Dylan-titels waarvan jij denkt dat de kans groot is dat ze op het lijstje van Bullock staan. [Dus niet de titels waarvan jij vindt dat ze onder de maat zijn, maar titels waarvan je verwacht dat ze op Bullocks lijst staan.]

Niet alvast spieken! 

Het mogen albumtitels zijn, of losse songs, wat je maar wilt. Het hoeft geen lang lijstje te zijn, laten we zeggen een stuk of vijf titels. 

Lijstje klaar? 

Zeker weten? 

Niet vals spelen! 

Moeilijk, hè, om niet te spieken....

Ik weet er alles van, met spieken heb mijn diploma gehaald...

Klaar? Dan kun je weer verder lezen.

Oké, ik ga er van uit dat je lijstje af is. Ik zal nu één voor één de keuzes van Bullock noemen, vergelijk dit met wat je hebt opgeschreven en kijk hoeveel titels je goed hebt geraden.

Allereerst noemt Bullock het album Under The Red Sky in het algemeen en de song Wiggle Wiggle in het bijzonder en dan met name vanwege de regel Wiggle, wiggle, wiggle like a bowl of soup

Ik moet altijd een beetje lachen wanneer mensen vallen over die soepregel omdat die regel helemaal niet van Dylan is! In 2020 schreef ik in het boek Rough And Rowdy daarover:

Jaren geleden heb ik een artikel gelezen waarin Dylan-liefhebbers aan het woord kwamen over de zwakke momenten in uw oeuvre. Ik kan me weinig van dat artikel herinneren. Eigenlijk is het enige dat ik nog weet dat Wiggle Wiggle van Under The Red Sky  een sneer kreeg. Met name de regel Wiggle, wiggle, wiggle like a bowl of soup moest het ontgelden. Hoe kan een groot dichter zo’n slechte regel schrijven, aldus de geïnterviewde. Hij was oprecht verontwaardigd. Je kunt niet wiebelen als een kom soep, aldus de man. Hij leek zich niet te realiseren dat twijfelen aan alles wat niet letterlijk klopt, gelijk staat aan zagen aan de poten van de poëzie.

Ik zal niet beweren dat Wiggle, wiggle, wiggle like a bowl of soup een goede regel is, maar verwerpelijk slecht? Dat nou ook weer niet.

Drie dagen geleden reed ik van mijn werk naar huis. In de cd-speler schoof ik een onlangs bij een kringloopwinkel op de kop getikte cd van Otis Redding. Goede zanger, zeker tijdens een autorit. Ergens halverwege de cd zong Redding een song waarvan ik me niet kan herinneren het eerder gehoord te hebben, Shake heet dat nummer. Het is geschreven door Sam Cooke. In dat nummer zit de regel Shake it like a bowl of soup. De overeenkomst is geen toeval.

Volgende album op Bullocks lijst is Christmas In The Heart, de song Must Be Santa vindt hij nog wel aardig, maar de songs O Come All Ye Faithful en Little Drummer Boy behoren volgens Bullocks dat het slechtste dat Dylan ooit heeft opgenomen.

Vervolgens zijn het Down In The Groove [Ugliest Girl In The World]  en Knocked Out Loaded waar Bullocks niks aardigs over te zeggen weet, om af te ronden met het noemen van Self Portrait [en Dylan, al is dat niet Dylans, maar Columbia's schuld, aldus Bullock] en If Dogs Run Free van New Morning.

Oké, hoeveel van Bullocks lijst heb je goed geraden?

Bullocks - een groot Dylan-fan, zo schrijft hij - die niet alleen de man meerdere keren live heeft gezien, maar ook de mid-sixties trilogie tot een hoogtepunt van de muziekgeschiedenis benoemd - komt voor zijn boek niet verder dan een paar open deuren intrappen. Ik durf te wedden dat van de zes door Bullock genoemde titels er minstens vijf op je lijstje stonden. Dikke kans dat je ook nog Dylan & The Dead op je lijst had staan.

Begrijp me niet verkeerd: het zal mij werkelijk een worst wezen wat van Dylans muziek Bullock goed en niet goed vindt. Waar het mij om gaat is of wij [jij, ik, Darryl W. Bullock] nog echt luisteren naar muziek en zelf een oordeel vormen. Want hoe hard Bullock ook roept dat zijn keuze subjectief is, wat hij noemt is natuurlijk simpelweg een lijstje titels die door jan en alleman aangemerkt worden als prut. Subjectief m'n hoela, dus. 

En het is Bullock niet eens kwalijk te nemen. Want laat ik eerlijk zijn: laat mij een lijstje maken met de beste [of slechtste] albums van Bruce Springsteen, Miles Davis, Pink Floyd, Rita Corita of welke band / artiest dan ook waar ik niet een paar decennia dag & nacht mee opgetrokken heb & ik zal zeker weten niet verder komen dan een open deur intrappen, met twee benen gestrekt erin.

ik zal je die lijstjes niet geven, want eerlijk is eerlijk: het is niet interessant wat ik te melden heb over het oeuvre van meneer Davis of mevrouw Corita simpelweg omdat de kans erg groot is dat ik zal oplepelen wat ik ook maar ergens gelezen of gehoord heb.

De enige echt interessante lijstjes zijn van de mannen en vrouwen die een leven met een artiest hebben geleefd, die een oeuvre van haver tot gort kennen en - dit is belangrijk - eigenwijs genoeg zijn om er zelf iets van te vinden. 

Als het om Dylan gaat lever ik met plezier al die beste & slechtste lijstjes van Bullock & co in voor die ene opmerking van de Dylanliefhebber die wel zelf luistert & oordeelt. De Dylanliefhebber die het album Hard Rain het beste vindt wat Dylan op de markt heeft gebracht. Ik hoef het daar niet mee eens te zijn, maar door het horen van zijn mening werd [word] ik wel geprikkeld om opnieuw te gaan luisteren naar dit live-album uit 1976 in de hoop iets te horen van de schoonheid die hij in dit album hoort. En wat blijkt? Hij heeft een punt: Hard Rain is een groots album.

Ik ben op zoek naar die eigenwijze meningen die mij [en de lezers] met nieuwe oren laten luisteren naar albums die al 100den keren gehoord zijn.

Dus: mocht je anders denken, mocht je gevoed door een leven Dylan-luisteren een anders dan doorsnee top 3 Dylan-albums hebben, laat het me weten! In de veronderstelling dat jouw top 3 de oren van mij en de lezers van deze blog zullen openen voor de schoonheid die jij hoort.

[Je top 3 mag via e-mail naar het bekende adres, zie kolom rechts.]


3 heruitgaven

Op 18 september brengt Sony Dylans albums Desire, World Gone Wrong en Together Through Life opnieuw op elpee uit. 

Waarom uitgerekend deze drie albums, zo vroeg ik me af. De enige overeenkomst tussen deze drie albums is dat Dylan verdomd weinig songs voor deze platen in z'n uppie schreef. Op World Gone Wrong uiteraard geen enkele song van eigen hand, op Together Through Life eentje (alle andere songs schreef hij samen met Robert Hunter, voor My Wife's Hometown krijgt Willie Dixon ook een naamsvermelding) en op Desire slechts twee songs die hij zonder Jacques Levy schreef. Oké, het is wat ver gezocht & ik kan me ook niet voorstellen dat dit de reden is dat Sony voor deze drie albums heeft gekozen.

Waarom dan deze drie titel? Antwoorden kunnen op een (digitale) briefkaart naar het bekende adres (& kom nu niet aanzetten met: 'de voorraad zal wel op zijn geweest...', wees creatief!)


aantekening #10

Maandagochtend, de vierde schijf van Dylans meest recente aflevering  van The Bootleg Series draait. Het is de dag na de grote boekenmarkt in Deventer. Een heerlijke markt voor de boekenliefhebber in mij. De voeten doen nog wat pijn, de hersens zijn druk doende alle indrukken te verwerken. 

Weinig Dylanaanbod op de markt, al kwam ik in een rijtje muziekboeken op een van de kramen ergens tussen boeken over Abba en Celine Dion enkele Dylantitels tegen, waaronder mijn eigen Bob Dylan in Nederland 1965 - 1984.

Zaterdagavond sloten Bob Dylan & band de Amerikaanse tournee af met een concert in Nashville, dit maal met de gitaristen Julian Lage & Joel Paterson op het podium. Tijdens enkele songs schoof Jimmie Vaughan als derde gitarist aan.

Welke gitaristen gaan vanaf half oktober mee naar Europa voor een serie concerten?

En wat gaat de setlist worden tijdens die Europese concerten? Hoewel Dylan nogal eens voor een verrassing zorgt als het om songs op de setlists gaat, durf ik wel wel haast met zekerheid te zeggen dat lange songs als Murder Most Foul, Highlands, Sad Eyed Lady Of The Lowlands en Brownsville Girl niet op die setlists zullen staan. 

Aan die laatste song - het door Dylan met Sam Shepard geschreven Brownsville Girl - moest ik denken bij het lezen van Pinball 1973 van Haruki Murakami. Dat boek verscheen voor het eerst in Japan in1980, de Engelse vertaling is van 2015. In dat boek las ik:

No one has a clue who Raymond Moloney was.

All we can say for sure is that a man by that name once lived and died - that's about it. Our knowledge ends there. He is as much a mystery as a water bug at the bottom of a deep well.

Bij deze regels moest ik gelijk denken aan:

The only thing we knew for sure about Henry Porter is that his name wasn’t Henry Porter

uit Brownsville Girl. Ervan uitgaande dat Bob Dylan en Sam Shepard geen Japans lezen, kunnen Dylan & Shepard niet op het idee voor die ene regel zijn gekomen na het lezen van Murakami & Murakami - gezien wanneer hij zijn boek schreef - kan niet op het idee voor die paar regels over Raymond Moloney zijn gekomen na het horen van Brownsville Girl. De overeenkomst is echter in mijn ogen wel opmerkelijk.

Minstens net zo opmerkelijk is de overeenkomst tussen die ene, overbekende foto die Roy Schatt maakte van James Dean en de Don Hunstein-foto die de cover van The Freewheelin' Bob Dylan siert. Hoewel ik met beide foto's al jaren bekend ben, viel mij die overeenkomst pas op toen iemand mij daar op wees, enkele jaren geleden al weer. Die wetenschap was ook al weer wat op de achtergrond geraakt. Toen ik op de boekenmarkt, gisteren, de door William Bast geschreven biografie van James Dean tegenkwam met op de voorzijde die Schatt-foto, kon ik het niet laten dat boek te kopen.

Dat boek verscheen in 1956 en het is dus niet vreemd om te veronderstellen dat de jonge Dylan - in zijn pubertijd gefascineerd door James Dean - die biografie heeft gelezen.

Zou de overeenkomst tussen de Freewheelin'-cover en de Dean-foto toeval zijn, of zou Dylan dan wel fotograaf Don Hunstein bewust hebben gezocht naar een verwijzing naar James Dean tijdens de fotosessie voor Freewheelin', zo vroeg ik me vanochtend af. Aanvankelijk wilde ik het op toeval schuiven, maar er is reden om aan te nemen dat er toch iets meer aan de hand is dan toeval. Want is het niet zo dat in 1963 een promosingle met Blowin' In The Wind en Don't Think Twice, It's All Right - twee songs van Freewheelin' - in een hoesje zat met daarop de tekst van de door Bob Thompson geschreven nieuwsbrief over Dylan? De titel van die tekst: Rebel With A Cause, een duidelijke verwijzing naar de James Dean-film Rebel Without A Cause.

Met dat in m'n achterhoofd ben ik verder gaan kijken. Zo vroeg ik me af of er meer foto's uit de Freewheelin'-fotoshoot zijn die overeenkomsten vertonen met Dean-kiekjes. En verdomd, gelijk bij de eerste foto uit de Freewheelin'-sessie waarvoor ik een overeenkomstige Dean-foto zoek, is het raak: van de foto van Bob Dylan hangend in een stoel [foto] bestaat een Dean-voorbeeld [foto].

Iets in mij zegt dat dit het topje van de ijsberg is, dat er meer Freewheelin'-foto's zijn met een Dean-tintje. Dat is iets voor binnenkort wanneer ik wat ruimer in mijn tijd zit: Dean zoeken in Freewheelin'-foto's.

Tot slot een derde overeenkomst: op een platenbeursje met een bijzonder mager aanbod dook ik uiteindelijk - al weer een tijdje geleden - uit pure frustratie maar in de uitverkoopbakken van de handelaar die ik meestal links laat liggen. Daar haalde ik mijn gehele opbrengst van een teleurstellende beurs: drie platen voor een habbekrats waarvan twee gokjes-afgaande-op-de-hoes en een plaat van Mike Seeger. Mike Seeger is niet alleen de halfbroer van Pete, maar ook ooit lid van New Lost City Ramblers. Ik heb een zwak voor de muziek van New Lost City Ramblers. Bovendien is er - zoals iedere Dylan-liefhebber weet - het Mike Seeger album Third Annual Farewell Reunion uit 1995 waarop Bob Dylan zijn eigen Ballad Of Hollis Brown samen met Seeger speelt. Van al Dylans gastoptredens op albums van andere muzikanten, is dit toch wel een van de beste. 

Met dat in mijn achterhoofd nam ik de Seeger-plaat mee. Fresh Oldtime String Band Music heet die plaat uit 1988. Bij het beluisteren van die plaat, viel ik bijna van mijn stoel: Seegers versie van Black Jack Davey op deze plaat is overduidelijk de bron geweest voor Dylans versie van dit nummer op Good As I Been To You. Dat voor het eerst horen op een niet daarvoor aangeschafte plaat voelt toch een beetje als het vinden van de heilige graal. Dat ik het wel had kunnen weten omdat Derek Barker in zijn uitstekende boek The Songs He Didn't Write melding maakt van de Seeger-bron voor Black Jack Davey doet niks aan dat gevoel af. 

Barker is vrij duidelijk in zijn boek: Dylan vond Black Jack Davey bij Seeger, maar wat Barker niet meldt is dat uit de linernotes van Fresh Oldtime String Band Music blijkt dat ook Seeger voor zijn versie van Black Jack Davey hier en daar leentjebuur heeft gespeeld:

One of the most widely circulated of the traditional English ballads, arranged here, at the suggestion of Nancy Blake, for a mandolin quartet. The melody is from Dillard Chandler and the text from Almeda Riddle. I made up the second part. [Almeda Riddle]

De maandagochtend kruipt langzaam maar zeker richting middag. Met Dylan, Riddle, Seeger, Dean & Murakami in mijn kop, druk ik de computer zo uit. Tijd om me te storten op andere zaken.


Dylan kort #7

Eddy Posthuma de Boer: In museum Henriëtte Polak in Zutphen zijn tot 15 november foto's van Eddy Posthuma de Boer te zien. Er hangt niet extreem veel, maar het getoonde is zeker aardig. Foto's van onder andere Cees Nooteboom, Gerard Reve, The Beatles, Thelonious Monk, Miles Davis en vele onbekende mensen.
Een van de twee getoonde door Posthuma de Boer gemaakte foto van Gerard Reve doet sterk denken aan de hoes van Bob Dylans Bringing It All Back Home. Toeval? Geen idee. De Reve-foto is uit 1969.
Om copyrightgedonder te voorkomen, plaats ik de foto maar niet hier, wel een link naar een andere andere plek op het het net waar de foto te bewonderen is. [link]

Zijsprong: Hanny Michaelis - ze was ooit getrouwd met Gerard Reve - noemde in haar gedicht Vijf uur zaterdagmiddag Bob Dylan. Dat gedicht is te vinden in haar bundel Wegdraven naar een nieuw Utopia.

Caetano Veloso: Ik houd wel van een beetje vreemd in de muziek. Soms geeft dat wat wrijving of verzuchten medeluisteraars een 'moet dit' voor ze hoofdschuddend weglopen. Een van de meest vreemde platen die ik afgelopen jaar ontdekte, is Araçá Azul [1972] van de Braziliaan Caetano Veloso. Eerlijk is eerlijk, ik moest dat album een keer of drie, vier horen voor het kwartje viel, maar nu dat kwartje eenmaal is gevallen, ben ik om. Consequentie: ik wilde meet van Veloso horen & dus hoefde ik geen moment over aanschaf te twijfelen toen ik zijn cd A Foreign Sound [2004] in de kringloopwinkel tegenkwam. De albumtitel verraadt het al enigszins: op deze cd staat Veloso's versie van Dylans It's Alright, Ma [I'm Only Bleeding]. Deze Dylan-cover is - net als de rest van het album - zó slecht, dat ik dit niemand wil onthouden, luister hier.
Recent ontdekte betere covers zijn er zeker ook: Knockin' On Heaven's Door door Jerry Garcia Band op de albums Don't Let Go en GarciaLive volume 21, beide concertopnamen uit 1976, waarvan die op GarciaLive volume 21 ruim 19 [!] minuten duurt & mij geen seconde verveelt.
Op How Sweet It Is... van diezelfde Jerry Garcia Band staan nog covers van Tough Mama en Tears Of Rage.
Verder bevat de boxset Electric Lady Studios van Jimi Hendrix enkele aardige versies van Drifter's Escape.

Koop Tarantula!
Het door Dwight Garner samengestelde boek Read Me is een bladerboek met meer dan 300 Amerikaanse advertenties voor boeken uit de twintigste eeuw waaronder een schitterende advertentie voor Bob Dylans boek Tarantula [zie afbeelding]. 
Wat me dan weer terugbrengt bij It's Alright, Ma [I'm Only Bleeding] [lyrics]:

Advertising signs they con
You into thinking you’re the one
That can do what’s never been done
That can win what’s never been won
Meantime life outside goes on
All around you

Hard Rain: Het is juli 2026, afgelopen mei was het vijftig jaar geleden dat het livealbum Hard Rain werd opgenomen, aankomende september dat het verscheen. Aangezien per 1 januari 2027 de copyrights op de 1976-opnamen niet meer beschermd zijn, tenzij die opnamen worden uitgebracht, is het aannemelijk dat de concertopnamen van Dylans Rolling Thunder Tour II worden uitgebracht nog voor dit kalenderjaar voorbij is. Of dat een mooie boxset gaat worden, misschien net zoiets als wat met de '66- en '74-opnamen is gedaan, of een slappe-hap-release net als eerdere Copyright Protection-uitgaven, is nog niet bekend. Als ik mag kiezen: mooi boxje, dat verdient tour '76.

aantekening #9

Wanneer je lang genoeg met Bob Dylan in je hoofd hebt gelopen, zie je hem overal opduiken, zoals in de cover van een Italiaanse vertaling van Jack Kerouacs Mexico City Blues. Oké, Bob Dylan is niet op die cover te vinden, maar mijn kop-vol-Dylan legt wel connecties met zowel het boek als de cover van dat boek & dat is vreemd aangezien boek & cover van deze Italiaanse editie van deze dichtbundel niks me elkaar te maken hebben.

In 1959 publiceerde Jack Kerouac [1922 - 1969] zijn dichtbundel Mexico City Blues & hoewel Kerouac de hippies verfoeide, wordt hij vaak gezien als een voorloper, een godfather zo je wilt, van diezelfde hippies. 

Op de voorzijde van de in 1979 verschenen Italiaanse versie van Kerouacs Mexico City Blues staat een afbeelding in psychedelische tinten van Peter Fonda rijdend op een Harley Davidson. De afbeelding is een bewerking van een still uit de film Easy Rider uit 1969. Wikipedia over die film: 

Het was de eerste film afkomstig uit de protestcultuur van de hippie-beweging, en daarmee de eerste film die inging op deze jeugdcultuur.

Wat doet een still uit dè Hippie-film op de cover van een boek van anti-hippie Jack Kerouac? De twee - Jack Kerouac & Peter Fonda / Easy Rider - lijken haast met elkaar te vloeken & toch werkt het - althans in mijn kop.

Maar goed, deze blog draait niet om Jack Kerouac of hippie-films, maar om Bob Dylan. En nu komt het aardige: er is een makkelijk lijntje te trekken van zowel Kerouacs Mexico City Blues als Peter Fonda / Easy Rider naar Bob Dylan:

Eerst maar het lijntje van Kerouacs Mexico City Blues. Ik kan het allemaal opnieuw verwoorden, maar ik heb het allemaal eerder opgeschreven in mijn boek Dylan & de Beats [2018]:

In de film Renaldo And Clara is te zien hoe Bob Dylan en Allen Ginsberg het graf van Jack Kerouac bezoeken. Bij dit graf maken ze muziek en lezen ze uit Kerouacs Mexico City Blues

Allen Ginsberg in zijn inleiding bij het boek Pomes All Sizes van Jack Kerouac: “His [Kerouac] influence is worldwide, not only in spirit, with beat planetary Youth Culture, but poetic, technical. It woke Bob Dylan to world minstrelry: ‘How do you know Kerouac’s poetry?’ I asked Mr. Dylan after we improvised songs and read Mexico City Blues choruses over Kerouac’s gravestone 1976 [sic] Lowell’s Edison Cemetery, cameras on us walking side by side under high trees and shifting clouds as we disappeared down distant aisles of gravestones. Dylan’s answer: Somebody handed me Mexico City Blues in St. Paul in 1959 and it blew my mind. He said it was the first poetry that spoke his own language.”

En elders in datzelfde boek:

Om het belang van Mexico City Blues voor Bob Dylan te onderstrepen is in No Direction Home [2005], de documentaire over Bob Dylan van Martin Scorsese, een geluidsopname van “228th Chorus” uit Mexico City Blues te horen. In aflevering 87 van zijn radioshow Theme Time Radio Hour – uitgezonden op 14 januari 2009 - draaide Bob Dylan een opname van Jack Kerouac die “104th Chorus” (“I’d Rather Be Thin Than Famous”) voorleest. Ook hierin kan een onderstreping van het belang van het boek Mexico City Blues voor Bob Dylan gezien worden.

Tot slot - voor nu -  is er de opvallende overeenkomst tussen Kerouacs 113th Chorus uit Mexico City Blues en Dylans Subterranean Homesick Blues.

Kerouac: 

Got up and dressed up

      and went out & got laid 

Then died and got buried 

     in a coffin in the grave, 

Man 

Dylan:

Ah get born, keep warm 

Short pants, romance, learn to dance 

Get dressed, get blessed 

Try to be a success 

Please her, please him, buy gifts 

Don’t steal, don’t lift 

Twenty years of schoolin’ 

And they put you on the day shift 

Tot zover het lijntje van Kerouacs Mexico City Blues naar Bob Dylan. Nu dat andere lijntje, van Peter Fonda naar Dylan:

Peter Fonda - niet alleen acteur in Easy Rider, maar ook - samen met Dennis Hopper & Terry Southern - scriptschrijver, benaderde Bob Dylan met het verzoek om diens It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding) in de film te mogen gebruiken. Daarnaast hoopte Fonda Dylan te kunnen overhalen om een nieuwe song voor de film te schrijven.

Bob Dylan weigerde It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding) af te staan voor de film. Voor de gevraagde nieuwe song voor Easy Rider krabbelde hij de regels

The river flows

It flows to the sea

Wherever that river goes

That's where I want to be

op een servetje, gaf dit aan Fonda met de opdracht om dit aan Roger McGuinn [van The Byrds] te geven zodat deze de song kon afmaken. Onder de titel The Ballad Of Easy Rider nam McGuinn de song op voor de soundtrack van Easy Rider.

Een paar maanden later nam Roger McGuinn nogmaals de song op, dit keer niet solo, maar met zijn band The Byrds voor het album Ballad Of Easy Rider. De liner notes voor dat album werden geschreven door Peter Fonda, een fragment:

so take what you need

you think will last

and mcguinn did

and so did the rest of us

i quess

for the highway is for gamblers

and i don't care

where they may go

as long as mcguinn keeps doing it

De oplettende lezer ziet gelijk dat er een aantal regels uit Bob Dylans It's All Over Now, Baby Blue in deze liner notes verstopt zitten. Niet zo vreemd overigens, naast de deels door Dylan geschreven titeltrack bevat het album Ballad Of Easy Rider een cover van Dylans It's All Over Now, Baby Blue.

Zie daar een driehoek met op de hoeken Mexico City Blues, Bob Dylan & Easy Rider, of zo je wilt een lijn met intervallen van steeds 10 jaar waarbij aan het eind weer teruggegaan kan worden naar het begin & Bob Dylan tussen de nerven van die lijn is gekropen, als de lijm die het geheel in mijn kop bij elkaar houdt.

Mexico City Blues [1959] ---> Easy Rider [1969] ---> Mexico City Blues Italiaanse versie [1979]