Een band van vier - inclusief Dylan - met slechts één gitarist stond maandagavond op het podium in Austin, Texas. Er is ruimte in de muziek, ruimte voor Dylan om z'n stemgymnastiek over het publiek uit te strooien. Want als het opgewaaide stof rond de gitaristenwisselingen is neergedaald, is het eerste dat opvalt tijdens het beluisteren van deze opnamen hoe ongehoord goed Dylan bij stem is. De stem speelt met de tekst zoals een kat met een muis kan spelen. Jagen, vertragen, drie keer ronddraaien en nogmaals kijken of aantikken. Die stem gaat omhoog, omlaag, versnelt en vertraagt net zo lang tot de woorden voor die avond perfect uit de strot komen om de song vanaf de grond opnieuw op te bouwen tot een toren, een monument van het moment. Een moNUment, zo je wilt.
De tweede song op de setlist - Man In The Long Black Coat - is al groots, maar Dylan-de-zanger komt tijdens It Ain't Me, Babe - song #3 - pas echt los. En laat ik eerlijk zijn: It Ain't Me, Babe is een song waar ik wel ietwat op uitgekeken was, te vaak gehoord, denk ik. Maar in Austin, Texas, aan het eind van juni '26 weet Dylan met zijn stem, met het kauwen van zijn woorden die oude song een nieuw leven in te blazen & is het haast of ik It Ain't Me, Babe voor het eerst hoor.
Is dat niet de voornaamste reden om concertopnamen na te jagen: oude songs weer horen glanzen alsof ze net uit het plastic zijn gehaald?
When I Paint My Masterpiece heeft een likje van Man Gave Names To All The Animals meegekregen, zo lijkt het op eerste gehoor. Masterpiece is een ander voorbeeld van het herontdekken van een oude song door de jas waarin de song zit gegoten te vervangen door een nieuwe & frisse jas. Ander kleurtje, ander geurtje & de song kan weer een tijdje mee. Zoiets.
En dan natuurlijk die covers. Is het gek om te stellen dat de Charlie Rich-song I'll Make It All Up To You in dit Dylan-jasje prima zou passen op een van de mans albums uit de 21ste eeuw? Op Modern Times misschien, of Rough And Rowdy Ways. Een aantal jaren terug vond Dylan zijn zangstem terug of opnieuw uit met dank aan drie albums vol met met Frank Sinatra geassocieerde songs. Covers zijn belangrijk voor Dylan-de-zanger, dat is goed te horen tijdens I Can Tell en vooral Share Your Love With Me.
Dylans pianospel is een stuk spaarzamer geworden dan het een aantal jaren geleden was. Niet alleen zit het instrument wat dieper in de mix, maar het tegendraadse pianospel van een paar jaar geleden lijkt meer plaats te hebben gemaakt voor een begeleidende rol voor het instrument.
Zo'n beetje alle songs in midtempo, misschien mag ik het niet zo stellen of aannemen, maar het lijkt er op dat de wilde songs allemaal thuis zijn gelaten om de 85-jarige Dylan de kans te geven om zijn zangkwaliteiten tentoon te spreiden in een tempo dat hij nog kan behappen. Kijkend naar het geheel ademt het concert wat van de nachtclub-fibes van de Shadow Kingdom-film.
Het ietwat jazzy Soon After Midnight is een andere uitschieter. Het is muzikaal niet eens zo heel ver van de Tempest-versie van deze song en toch, net even meer relaxt, wat opener. Om direct daarna de schoonheid van het 'niemendalletje' Under The Red Sky voor het voetlicht te brengen. Ik heb een zwak voor de song [en het gelijknamige album], misschien dat ik er daarom ook dit keer weer zo aan blijf kleven. Zoals eerder op de avond de Trying To Get To Heaven niet de beste Trying To Get To Heaven is, is deze Red Sky niet de beste Red Sky, maar dat hoeft ook niet. Beide songs zijn deze avond, goed, erg goed zelfs. Deze versies, deze uitvoeringen passen in dit geheel, in dit concert op deze avond. Ze horen voor nu bij deze band, bij dit moment en dat is waar het om draait. Hetzelfde kan gezegd worden van Crossing The Rubicon of False Prophet, in vergelijking met de overbekende versies van Rough And Rowdy Ways hebben de songs ietwat bite verloren, maar dat is oké. Het past in het grotere geheel van het concert. Want laat ik eerlijk zijn, een goed concert is altijd meer dan een verzameling losse songs & Dylans concert in Austin van afgelopen maandag verdient zeker het label 'een goed concert'.
De swing van Goodbye Jimmy Reed is in mijn oren een perfecte herontdekking van de nog niet eens zo oude song. Mooi om te horen hoe het spel van Joel Paterson gemaakt lijkt te zijn voor deze swing. Let ook even op het spel van bassist Tony Garnier tijdens Jimmy Reed. De man draait al 37 jaar mee in Dylans tourband, hij is zo'n vaste waarde geworden, dat je bijna zou vergeten hoe essentieel hij voor het geheel is. Niet alleen is zijn spel soepel, goed, het bandgeluid vullend, ook is het een onmisbare link tussen Bob Dylan en bandleden. We kunnen denk ik rustig stellen dat naast kapitein Dylan, Garnier de eerste stuurman staat.
Is Every Grain Of Sand een goede concertafsluiter?
In mijn oren is de demo-versie van Sand - te vinden op een van de Bootleg Series - onovertroffen, maar het is goed dat Dylan tegenwoordig de song zo vaak probeert nieuw leven in te blazen. Het spaarzame geluid van de band vanavond past goed bij deze song-van-een-twijfelaar. Want dat is Every Grain Of Sand in mijn oren, een song van een man die durft te twijfelen aan wat eerder vast leek te staan. Het publiek na zo'n song naar huis sturen moet er voor zorgen dat ze terug blijven komen op andere avonden in de toekomst. Ik weet niet of de song dat waar kan maken.
Every Grain Of Sand is heden een betere afsluiting dan toen Dylans setlists hier en daar nog door de geluidsbarrière denderde met ronkende versies van Like A Rolling Stone, All Along The Watchtower, Country Pie of Summer Days. Het hele concert ademt de sfeer van ingetogenheid, van contemplatie, daar past Every Grain Of Sand zeker bij, maar of het ook de ideale afsluiter is, heb ik nog mijn twijfels over.
Van de zestien gespeelde songs stamt alleen It Ain't Me, Babe uit de jaren zestig & die song is voor dit concert dusdanig op de schop gegaan dat we eerder van een nieuwe song dan van een sixties-favoriet kunnen spreken. Dat geldt ook voor de twee songs uit de jaren zeventig: When I Paint My Masterpiece en Watching The River Flow.
Het is overduidelijk dat Bob Dylan op zijn 85ste nog steeds een dikke middelvinger opsteekt naar de nostalgiezoekers. Hoewel hij inmiddels ruim meer tijd achter dan voor zich heeft liggen, kijkt hij nog steeds niet achterom. De blik is niet op consolideren, maar op creëren gericht. De man kijkt nog steeds voor zich uit, altijd op zoek naar anders, naar nieuw, naar het inblazen van nieuw leven in oude songs, al dan niet zelf geschreven. Terugkijken kan altijd nog, maar nu nog niet, daar is hij nog lang niet oud genoeg voor.
TW - 02 juli '26

Geen opmerkingen:
Een reactie posten